Professor in Evolutionary Psychology, Work and Organizational Psychology

 

  • Home
  • Blog
  • De evolutionaire wortels van femicide

Blog

De evolutionaire wortels van femicide

De evolutionaire wortels van femicide

Column in HP/De Tijd (Oktober 2025)

Iedere week worden er wereldwijd duizenden vrouwen vermoord. Vaak niet door vreemden in donkere steegjes, maar door hun (ex-)partner. Dit fenomeen – femicide – is een van de meest tragische en hardnekkige vormen van geweld. In Nederland gebeurt het gemiddeld eens per acht dagen. Nog onlangs werd in Gouda een 39-jarige vrouw door haar ex vermoord, woedend dat hij de kinderen niet kon zien. Zulke zaken zijn geen incidenten, maar patronen. Criminologen en sociologen wijzen op stress, middelenmisbruik en toxische mannelijkheid. Maar wat zegt de evolutionaire psychologie? Het ongemakkelijke antwoord: femicide en seksueel geweld zijn schaduwen van onze evolutionaire geschiedenis.


In de jaren tachtig onderzochten Martin Daly en Margo Wilson duizenden moordzaken. Hun boek Homicide (1988) liet zien dat vrouwen vooral gevaar lopen wanneer ze de relatie willen beëindigen of wanneer mannen overspel vermoeden. De onderliggende emotie: seksuele jaloezie – de oerangst dat reproductieve investeringen verloren gaan. Voor voorouders kon dit catastrofaal zijn: een man wiens vrouw vreemdging, verloor ook toegang tot vruchtbaarheid en zekerheid van vaderschap. Evolutionair psycholoog David Buss toonde in zijn beroemde studies aan dat mannen meer van streek raken bij seksuele ontrouw, vrouwen juist bij emotionele ontrouw. Voor mannen bedreigt seksueel overspel hun biologische vaderschapszekerheid, voor vrouwen vormt emotioneel overspel een risico dat hun partner zijn middelen elders investeert.

Geweld tegen vrouwen beperkt zich niet tot de huiselijke sfeer. In oorlog worden vrouwen vaak slachtoffer van verkrachting en moord – van Bosnië tot Rwanda en recent Oekraïne. Evolutionair antropologen zien hierin een gruwelijke strategie: vijandelijke mannen vernederen door hun vrouwen te onteren. Richard Wrangham en Dale Peterson beschreven in Demonic Males hoe ook bij chimpansees seksueel geweld door mannelijke coalities voorkomt. De onlangs overleden apen-onderzoeker Jane Goodall observeerde dit gedrag als eerste bij de chimpansees in Gombe.

Maar ook in vredestijd lopen vrouwen risico. Studies naar seksueel geweld op Amerikaanse universiteitscampussen laten zien dat mannen vaker misbruik maken van vrouwen die kwetsbaar zijn – sociaal geïsoleerd, onder invloed van alcohol of kampen met psychische problematiek. Vanuit een biologisch perspectief gaat het waarschijnlijk om korte-termijnstrategieën van mannen die om allerlei redenen geen toegang hebben tot stabiele relaties. Uit ander onderzoek blijkt dat mannen structureel de impact van seksuele agressie onderschatten: waar de dader zijn daad soms als een “uitglijder” ziet, ervaart het vrouwelijke slachtoffer vaak diepe en langdurige psychische schade.

Femicide kan worden gezien als de ultieme, zij het perverse, vorm van partnercontrole. Voor mannen in kleine gemeenschappen was het reproductief nadelig als hun vrouw vertrok of hun kinderen van een ander waren. Geweld kon dienen als brute strategie om deze kosten te beperken. Dat betekent niet dat moord of verkrachting “natuurlijk” of “onvermijdelijk” is, maar dat evolutionaire predisposities sommige situaties gevaarlijker maken, vooral de breukfase of sociale isolatie. Onderzoek in traditionele samenlevingen, zoals bij de Yanomamö en Hadza, laat zien dat vrouwen minder risico lopen op seksueel geweld wanneer zij nauwe familiebanden hebben, vooral met broers of ooms. Hun aanwezigheid verhoogt de kans op vergelding en verkleint de kans op geweld of misbruik. Dit bevestigt de zogenaamde “bodyguard-hypothese”: bevriende mannen kunnen een beschermende rol vervullen, omdat de sociale kosten voor daders te hoog worden. Sociaal geïsoleerde vrouwen lopen dus meer risico – een patroon dat we ook in moderne samenlevingen terugzien, waar vrouwen met een migratie-achtergrond vaker het slachtoffer worden van geweld.

Toch staan evolutionaire neigingen nooit los van cultuur. Wereldwijd verschillen femicide- en verkrachtingscijfers enorm. Waar vrouwen economisch afhankelijk zijn en weinig wettelijke bescherming hebben, komt geweld vaker voor. In landen met meer gendergelijkheid, geaccepteerde scheiding en opvang is het risico kleiner. Antropoloog David Gilmore laat zien in zijn boek “Misogyny” dat culturen sterk variëren in hoe ze vrouwelijke autonomie beoordelen. In sommige culturen wordt jaloezie geromantiseerd – “een echte man is jaloers” – elders ligt de nadruk op vertrouwen. Zulke normen werken als brandstof óf als rem op de evolutionaire vonk. Een extreme variant daarvan zien we bij eerwraak, vooral in sommige moslimculturen, waar mannelijke familieleden een vrouw doden omdat haar vermeende ‘Westerse’ gedrag de reputatie van de familie schaadt. Ook dit kan begrepen worden als een ultieme, gewelddadige controle over vrouwelijke seksualiteit en autonomie.

Wat kunnen we doen? Individueel kunnen vrouwen hun steunnetwerken versterken en risicosituaties vermijden, maar de belangrijkste maatregelen zijn collectief. Bescherming in de breukfase van relaties is cruciaal: opvanghuizen, extra beveiliging, snelle politieprocedures en veilige toegang van vaders tot hun kinderen kunnen levens redden. Economische autonomie van vrouwen verkleint de afhankelijkheid die geweld in stand houdt. Jongens en mannen moeten leren dat afwijzing niet met geweld beantwoord mag worden. Even belangrijk is het doorbreken van schadelijke culturele scripts. In populaire cultuur wordt jaloezie nog vaak geromantiseerd – denk aan talloze liefdesliedjes waarin liefde zonder jaloezie niet bestaat. Elvis Presley’s Suspicious Minds bezingt: We’re caught in a trap, I can’t walk out, because I love you too much baby. En films doen seks met een dronken vrouw soms af als grappig of onschuldig, in plaats van als misbruik. Onderwijs en campagnes kunnen deze beelden kantelen.

Ook internationaal is actie nodig: seksueel geweld als oorlogswapen moet harder worden vervolgd, zodat het evolutionair en politiek onaantrekkelijk wordt.

In onze BNR-podcast De duistere kant van de mens spraken we hierover met rechtbankverslaggever Saskia Belleman, die vanuit de praktijk indringend liet zien hoe diepgeworteld en complex femicidezaken zijn. Zulke gesprekken maken duidelijk dat wetenschap, rechtspraak en cultuur samen moeten optrekken.

Femicide en seksueel geweld zijn geen toevallige ontsporingen, maar uitwassen van diepgewortelde patronen van seksueel conflict. Juist daarom moeten we culturele, economische en juridische structuren creëren die deze evolutionaire vonk doven voordat er brand ontstaat. De evolutie heeft ons bepaalde neigingen meegegeven, maar geen enkel script is onuitwisbaar. Of jaloezie eindigt in een liefdeslied of in een moordzaak, dat is uiteindelijk aan ons.

Meer informatie?
Belleman, S., & Boldewijn, W. (2025). Zij is van mij. Ambo Anthos Uitgevers.
BNR-Podcast “Duistere kant van de mens”, aflevering 8, Femicide en vrouwenhaat (met gast Saskia Belleman)
Buss, D. M. (2021). Bad men: The hidden roots of sexual deception, harassment and assault. Hachette UK.
Gilmore, D. D. (2001). Misogyny: The male malady. University of Pennsylvania Press.
Wrangham, R. W., & Peterson, D. (1996). Demonic males: Apes and the origins of human violence. Houghton Mifflin Harcourt.

Copyright © 2012– Mark van Vugt